Notaris Statuten

AL/sv/44478 STATUTENWIJZIGING

 
Op vijftien mei tweeduizend vier en twintig verschenen voor mij,
mr Leendert Teunis ter Wal, notaris te Bodegraven, gemeente Bodegraven?Reeuwijk:
A. de heer Sipke Auke Sipkens, geboren te Ede op tweeëntwintig april
negentienhonderddrieënvijftig, wonende te 2415 BV Nieuwerbrug aan den Rijn,
gemeente Bodegraven-Reeuwijk, Weijpoort 3, ongehuwd en geen geregistreerd
partner; en
B. de heer Wilhelmus Martinus Maria Rutjens, geboren te Zwammerdam op dertien
mei negentienhonderdtweeënvijftig, wonende te 2411 TS Bodegraven, gemeente
Bodegraven-Reeuwijk, Prinsenstraat 68, gehuwd; en
C. de heer Adrianus van der Laan, geboren te Bodegraven op elf oktober
negentienhonderdvijfenzestig, wonende te 2411 WJ Bodegraven, gemeente
Bodegraven-Reeuwijk, Kavelpad 4, gehuwd,
welke comparanten verklaarden te handelen voor en ten behoeve van de statutair
te Bodegraven gevestigde vereniging:
Bodegravense Hengelsportvereniging, kantoorhoudende te 2411 TS
Bodegraven, Prinsenstraat 68, (handelsregister 40464080), hierna ook te
noemen: "de vereniging",
en wel in hun hoedanigheid van (op grond van de huidige statuten van de
vereniging) tot het verlijden van deze akte bevoegd bestuurders van de vereniging.
De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden:
VOORAF
I. De vereniging is op acht juni negentienhonderdvijftig opgericht.
II. De statuten zijn eenmaal gewijzigd op vier november
negentienhonderdeenentachtig.
II. Met inachtneming van alle wettelijke en statutaire vereisten, werd in een algemene
vergadering van de vereniging besloten tot de onderhavige statutenwijziging. Van
voormelde vergadering zijn notulen opgemaakt, waarvan een kopie aan deze akte
zal worden gehecht.
STATUTENWIJZIGING
De comparanten, handelend als gemeld, verklaarden ter uitvoering van voormeld
besluit, de statuten van de vereniging integraal te wijzigen, zodat deze na onderhavige
statutenwijziging komen te luiden als volgt:
Naam, zetel en duur
Artikel 1
1. De vereniging draagt de naam: Bodegravense Hengelsportvereniging
2. De vereniging heeft haar statutaire zetel in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk.
3. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.
Doel en werkwijze
Artikel 2
1. Het doel van de vereniging is:
a. het bevorderen van de hengelsport als sportieve recreatie;
b. het beschermen en verbeteren van de visstand;
c. het behartigen van de belangen op hengelsportgebied van de sportvissers in
2
het algemeen en van de leden en de jeugdleden van de vereniging in het
bijzonder.
2. De vereniging tracht haar doelstellingen te bereiken, hetzij zelfstandig, hetzij in
samenwerking met andere hengelsportverenigingen, hetzij door aansluiting bij- en
in samenwerking met overkoepelende organisaties door:
a. het kopen, huren of op andere wijze, met of zonder lasten, ter beschikking
krijgen van vis- en looprecht, viswater, terreinen, opstallen en van overige
zaken, die de beoefening van de hengelsport kunnen bevorderen;
b. te streven naar wettelijke regelingen en andere overheidsmaatregelen,
waardoor de belangen van de hengelsport worden gewaarborgd en mogelijk
bevorderd;
c. het in stand houden en verbeteren van een milieu dat aan de beoefening van
de hengelsport zoveel mogelijk kansen biedt;
d. het zo nodig uitzetten van vissoorten die voor de hengelsport en/of het milieu
van belang zijn of kunnen zijn en overigens het zoveel mogelijk op peil
houden van de visstand in het ter beschikking van de (jeugd)leden staande
viswater;
e. alle overige wettige middelen welke de doelstellingen van de vereniging
kunnen bevorderen.
Categorieën van betrokken personen
Artikel 3
De vereniging kent:
a. ereleden;
b. leden;
c. jeugdleden;
d. begunstigers.
Ereleden
Artikel 4
Ereleden zijn natuurlijke personen die vanwege hun verdiensten voor de vereniging
en/of hengelsport in het algemeen op voorstel van het bestuur door de
ledenvergadering tot erelid zijn benoemd.
Ereleden hebben alle rechten, voortvloeiend uit het lidmaatschap van de vereniging
behoudens het stemrecht, tenzij zij tevens lid van de vereniging zijn, in welk geval zij
eveneens het stemrecht hebben.
Ereleden zijn vrijgesteld van financiële verplichtingen jegens de vereniging.
Leden en lidmaatschap
Artikel 5
1. Leden zijn die natuurlijke personen, die door het bestuur als lid zijn toegelaten.
2. Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die de leeftijd van
veertien jaar hebben bereikt op één januari van het jaar waarin zij lid worden.
3. De aanmelding voor het lidmaatschap moet schriftelijk gebeuren bij het bestuur
door middel van een aanmeldingsformulier. Als de vereniging hiervoor kiest kan
aanmelding ook via een elektronisch formulier plaatsvinden.
4. Het bestuur beslist uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het
aanmeldingsformulier over de toelating tot het lidmaatschap. Nadere regels over
de aanmelding en toelating kunnen worden gesteld bij besluit van het bestuur
en/of bij reglement.
3
Bij toelating tot het lidmaatschap ontvangt het lid een lidmaatschapsbewijs.
Bij niet-toelating geeft het bestuur de aanvrager van het lidmaatschap schriftelijk
bericht daarvan waarin de redenen die tot weigering van de toelating hebben
geleid worden vermeld en de mogelijkheid om tegen die beslissing schriftelijk
beroep in te stellen bij de commissie van beroep zoals vermeld in artikel 16.
5. Bij niet-toelating tot het lidmaatschap kan de aanvrager binnen één maand na
ontvangst van de in het vorige lid genoemde schriftelijke kennisgeving beroep
instellen bij de commissie van beroep zoals vermeld in artikel 16.
De commissie van beroep beslist in hoogste instantie omtrent het ingestelde
beroep binnen zes weken na ontvangst door het bestuur van het beroepsschrift. De
commissie van beroep kan alsnog tot toelating besluiten, in welk geval de
betrokkene alsnog een lidmaatschapsbewijs ontvangt.
De aanvrager wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk van het besluit van de
commissie van beroep in kennis gesteld.
6. Een jeugdlid wordt lid met ingang van één januari van het jaar, volgend op het jaar
waarin dit jeugdlid de leeftijd van veertien jaar bereikt, tenzij het
jeugdlidmaatschap vóór één oktober van het voorafgaande jaar schriftelijk is
opgezegd.
7. Het bestuur houdt een register bij waarin onder andere de namen, adressen en
geboortedata alsmede (indien mogelijk) een telefoonnummer en persoonlijk e?mailadres van de leden zijn opgenomen, een en ander op een door het bestuur aan
te geven wijze. In het register worden alleen die gegevens bijgehouden die voor
het realiseren van het doel van de vereniging noodzakelijk zijn.
8. Het bestuur kan na een voorafgaand besluit van de algemene vergadering
geregistreerde gegevens aan derden verstrekken, behalve van het lid dat tegen deze
verstrekking bij het bestuur schriftelijk bezwaar heeft gemaakt. De verplichting
om de algemene vergadering hierover te laten besluiten en het recht op
bezwaartucht geldt niet voor de noodzakelijk door de vereniging aan derden te
verstrekken gegevens, waaronder de verstrekking van gegevens aan de
overkoepelende organisaties en gegevens die aan overheden of
(publiekrechtelijke) instellingen dienen te worden verstrekt in verband met een
wettelijke verplichting.
Jeugdleden en jeugdlidmaatschap
Artikel 6
1. Jeugdleden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die nog niet de
leeftijd van veertien jaar hebben bereikt op één januari van het jaar waarin zij lid
worden.
2. De aanmelding voor het jeugdlidmaatschap moet schriftelijk gebeuren bij het
bestuur door middel van een aanmeldingsformulier. Als de vereniging hiervoor
kiest kan aanmelding ook via een elektronisch formulier plaatsvinden. Het
formulier dient mede door de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de aanvrager te
worden ondertekend.
De indiening van het aanmeldingsformulier voor het jeugdlidmaatschap houdt in
een aanmelding voor het lidmaatschap van de vereniging met ingang van de datum
waarop de aanvrager dat lidmaatschap kan verkrijgen, onder toepassing van het
bepaalde in artikel 5 lid 5.
3. Het bestuur beslist over de toelating tot het jeugdlidmaatschap binnen één maand
na ontvangst van het aanmeldingsformulier.
4
Bij toelating tot het jeugdlidmaatschap wordt aan de wettelijke
vertegenwoordiger(s) van het jeugdlid een ten name van het jeugdlid gesteld
jeugdlidmaatschapsbewijs toegezonden.
Bij niet-toelating geeft het bestuur de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de
aanvrager schriftelijk bericht daarvan. Tegen deze beslissing van het bestuur staat
geen beroep open.
Aanvang en einde van het lidmaatschap
Artikel 7
1. Het lidmaatschap van de vereniging begint op de datum waarop het bestuur dan
wel de commissie van beroep, tot de toelating van de aanvrager heeft besloten. In
het geval, vermeld in artikel 5 lid 5 begint het lidmaatschap van het betrokken
jeugdlid op één januari van het jaar, volgend op het jaar waarin het jeugdlid de
leeftijd van veertien jaar heeft bereikt.
2. Het lidmaatschap eindigt:
a. door overlijden van het lid;
b. door tijdige schriftelijke opzegging door het lid;
c. door tijdige schriftelijke opzegging namens de vereniging.
Deze opzegging kan gebeuren wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de
vereniging niet, niet tijdig of niet volledig nakomt en ook wanneer
redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap
van het betrokken lid voort te zetten;
d. door ontzetting uit het lidmaatschap met onmiddellijke ingang.
Deze ontzetting kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met
de statuten, het huishoudelijk reglement of besluiten der vereniging handelt,
waaronder begrepen het begaan van de overtredingen welke zijn opgenomen
in het huishoudelijk reglement, of de vereniging op onredelijke wijze
benadeelt.
3. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
4. Opzegging door het lid of namens de vereniging kan slechts gebeuren tegen
éénendertig december van enig jaar.
Bij opzegging door het lid kan opzegging slechts plaatsvinden met inachtneming
van een opzegtermijn van tenminste drie maanden en door middel van een
gedagtekende en persoonlijk ondertekende brief. Bij een minderjarig lid moet de
brief ook door diens wettelijke vertegenwoordiger(s) zijn ondertekend.
Bij opzegging namens de vereniging kan de opzegging plaatsvinden met
inachtneming van een opzegtermijn van tenminste één maand.
Het lidmaatschap kan echter met onmiddellijke ingang worden opgezegd indien
van een lid of van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan worden het
lidmaatschap te laten voortduren.
5. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap
eindigen op één en dertig december van het jaar volgende op het jaar waarin is
opgezegd.
6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
7. Tegen een besluit tot opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging en
van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap kan de betrokkene binnen één
maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit, schriftelijk in beroep
gaan bij de commissie van beroep. De betrokkene wordt daartoe zo snel mogelijk
schriftelijk van het besluit in kennis gesteld, met opgave van redenen en onder
5
vermelding van de mogelijkheid van beroep daartegen. Gedurende de
beroepstermijn en gedurende de beroepsprocedure is het betrokken lid geschorst.
8. De commissie van beroep beslist in hoogste instantie omtrent het ingestelde
beroep binnen zes weken na ontvangst door het bestuur van het beroepsschrift. Het
betrokken lid wordt zo spoedig mogelijk van het besluit van de commissie
schriftelijk in kennis gesteld.
Wanneer de commissie van beroep het ingestelde beroep gegrond acht, eindigt de
schorsing van het betrokken lid op de dag van de dienovereenkomstige uitspraak
van de commissie; wanneer de commissie van beroep het ingestelde beroep
ongegrond acht, eindigt het lidmaatschap van het betrokken lid op de dag van de
dienovereenkomstige uitspraak van de commissie.
9. Voordat het bestuur een besluit neemt tot opzegging van, of ontzetting uit het
lidmaatschap kan het bestuur het betrokken lid schriftelijk een waarschuwing
(laten) geven, met vermelding van de reden(en) welke kan (kunnen) leiden tot een
zodanig besluit van het bestuur. Het bestuur kan aan die waarschuwing een
periode verbinden waarbinnen het betrokken lid alsnog volledig aan zijn
verplichtingen ten opzichte van de vereniging moet hebben voldaan.
10. Het bestuur kan ook alvorens een besluit te nemen tot opzegging van, of ontzetting
uit het lidmaatschap, het betrokken lid schorsen voor een periode van maximaal
drie maanden.
De schorsing eindigt van rechtswege wanneer het bestuur niet vóór het einde van
de schorsingsperiode een besluit heeft genomen hetzij tot opzegging van het
lidmaatschap van het betrokken lid of tot ontzetting van dat lid uit zijn
lidmaatschap, hetzij tot beëindiging van de schorsing.
Het betrokken lid ontvangt over zijn schorsing schriftelijke bericht waarin wordt
vermeld: de periode gedurende welke hij is geschorst, de redenen die tot zijn
schorsing hebben geleid en de mededeling dat het bestuur zal overgaan tot
opzegging van zijn lidmaatschap of ontzetting uit zijn lidmaatschap wanneer het
betrokken lid niet alsnog voor het einde van de schorsingsperiode volledig aan zijn
verplichtingen tegenover de vereniging heeft voldaan of dat lid gedurende de
schorsingsperiode dan wel daarna de overtreding(en) of handeling(en) in strijd met
de statuten, het huishoudelijk reglement of de besluiten van de vereniging
herhaalt.
11. Tijdens de schorsing als vermeld in lid 7 en lid 10 van dit artikel kunnen door het
(jeugd)lid geen lidmaatschapsrechten worden uitgeoefend.
Een geschorst (jeugd)lid is verplicht de door of namens de vereniging aan hem
uitgegeven toestemming(en) en overige bescheiden voor de duur van de schorsing
in te leveren.
Aanvang en einde van het jeugdlidmaatschap
Artikel 8
1. Het jeugdlidmaatschap van de vereniging vangt aan op de datum waarop het
bestuur tot toelating van de aanvrager tot het jeugdlidmaatschap heeft besloten.
2. Het jeugdlidmaatschap eindigt op dezelfde manier zoals is bepaald in het
voorgaande artikel, met dien verstande dat tegen een besluit van het bestuur tot
opzegging van het jeugdlidmaatschap geen beroep op de commissie van beroep
mogelijk is.
3. Het jeugdlidmaatschap eindigt ook in het geval als bedoeld in artikel 5 lid 5.
4. De bepalingen omtrent een waarschuwing en een schorsing zoals vermeld in de
6
leden 9, 10 en 11 van het voorgaande artikel zijn van overeenkomstige toepassing
op een jeugdlid, met dien verstande dat alle schriftelijke mededelingen terzake
worden gericht aan de wettelijke vertegenwoordiger(s) van het betrokken jeugdlid.
Rechten en verplichtingen van de leden en jeugdleden
Artikel 9
1. Het lidmaatschap van de vereniging geeft de leden het recht:
a. deel te nemen aan de ledenvergaderingen, daarin het woord te voeren en het
stemrecht uit te oefenen;
b. gebruik te maken van alle door de vereniging geboden faciliteiten op het
gebied van de hengelsport, neergelegd in de statuten, het huishoudelijk
reglement en/of besluiten van de vereniging;
c. deel te nemen aan door de vereniging, al dan niet in samenwerking met een
andere hengelsportvereniging of een overkoepelende organisatie,
georganiseerde wedstrijden en andere activiteiten;
d. een lidmaatschapsbewijs en/of schriftelijke toestemming(en) om te vissen, te
ontvangen. Deze bescheiden blijven eigendom van de vereniging.
2. Het jeugdlidmaatschap van de vereniging geeft de jeugdleden het recht:
a. deel te nemen aan de ledenvergaderingen en daarin het woord te voeren;
b. gebruik te maken van alle door de vereniging geboden faciliteiten op het
gebied van de hengelsport, neergelegd in de statuten, het huishoudelijk
reglement en/of besluiten van de vereniging tenzij daarbij uitdrukkelijk is
vastgelegd dat bepaalde faciliteiten niet openstaan voor jeugdleden;
c. deel te nemen aan door de vereniging, al dan niet in samenwerking met een
andere hengelsportvereniging of een overkoepelende organisatie,
georganiseerde wedstrijden en andere activiteiten, tenzij door het bestuur is
besloten dat deelname aan de bepaalde wedstrijd of activiteit niet voor
jeugdleden openstaat;
d. een jeugdlidmaatschapsbewijs en/of schriftelijke toestemming(en) om te
vissen, te ontvangen. Deze bescheiden blijven eigendom van de vereniging.
3. De leden en jeugdleden zijn verplicht:
a. de statuten, het huishoudelijk reglement en de besluiten van de vereniging na
te leven, alsmede de belangen van de vereniging niet te schaden;
b. voor zover niet anders is bepaald, uiterlijk binnen één maand na de aanvang
van het lidmaatschap respectievelijk het jeugdlidmaatschap het inschrijfgeld
te voldoen;
c. de jaarlijkse contributie voor leden respectievelijk jeugdleden te voldoen op
de daarvoor in het huishoudelijk reglement vastgestelde wijze en tijdstippen;
d. zich te onthouden van de in het huishoudelijk reglement opgenomen
overtredingen en de voorwaarden van de schriftelijke toestemming
(vergunning) na te leven;
e. te voldoen aan de verzoeken van de controleurs zoals vermeld in artikel 17 en
aan hen op eerste verzoek het (jeugd)lidmaatschapsbewijs en/of schriftelijke
toestemming(en) om te vissen af te geven;
f. het (jeugd)lidmaatschapsbewijs en/of de schriftelijke toestemming(en) om te
vissen dan wel andere bescheiden of spullen van de vereniging op eerste
verzoek van het bestuur aan het bestuur af te geven;
g. tot nakoming van de verplichtingen die door de vereniging in naam van de
leden en de jeugdleden zijn aangegaan.
7
h. Door Sportvisserij Nederland opgelegde sancties te respecteren en accepteren,
behoudens statutaire beroepsmogelijkheden.
4. Een lid of jeugdlid kan de toepasselijkheid te zijnen opzichte van een besluit van
het bestuur of van de ledenvergadering waarbij de verplichtingen van de
(jeugd)leden, -verplichtingen van geldelijke aard en/of van andere aard-, zijn
verzwaard door opzegging van zijn (jeugd)lidmaatschap niet uitsluiten.
5. Alle stukken bestemd voor de vereniging, haar bestuur en overige organen en de
namens haar optredende personen kunnen worden verzonden naar het daartoe door
het bestuur bekend gemaakte adres van het secretariaat.
6. Strafbaar is elk handelen of nalaten in strijd met de statuten, reglementen, codes
en/of besluiten van organen van de vereniging alsmede het handelen in strijd met
de voorwaarden van de door de vereniging uitgegeven schriftelijke toestemmingen
of hetgeen waardoor de belangen van de vereniging worden geschaad.
Voor zover deze bevoegdheid niet aan een commissie belast met de
tuchtrechtspraak is opgedragen, is het bestuur bevoegd om, in geval van strafbare
handelingen of gedragingen zoals bedoeld in dit lid, de volgende straffen op te
leggen:
a. berisping;
b. tuchtrechtelijke boete;
c. schorsing;
d. ontzetting (royement).
Alle straffen dienen onverwijld en met een redenen omkleed schrijven aan het lid
kenbaar gemaakt te worden. Tegen een strafmaatregel kan het lid binnen een
maand beroep aantekenen bij de commissie van beroep conform artikel 7.
Tuchtrechtelijke boetes kunnen slechts worden opgelegd tot de bij reglement
vastgestelde maxima.
7. Indien aan een lid van de vereniging een sanctie wordt opgelegd door Sportvisserij
Nederland die gericht is tegen het lidmaatschap van het lid bij Sportvisserij
Nederland (schorsing, opzeggen lidmaatschap of ontzetting uit het lidmaatschap)
werkt deze sanctie automatisch op eenzelfde manier door naar het lidmaatschap
van het lid bij de vereniging
Begunstigers
Artikel 10
1. Begunstigers zijn natuurlijke personen of rechtspersonen die zich tegenover de
vereniging hebben verbonden tot een periodieke bijdrage in geld, goederen of
diensten zonder daarvoor een tegenprestatie te vragen. De minimum bijdrage in
geld wordt van tijd tot tijd vastgesteld door het bestuur. Begunstigers hebben geen
andere rechten dan de rechten die aan hen bij de statuten zijn toegekend.
2. De rechten en verplichtingen van een begunstiger kunnen te allen tijde wederzijds
door opzegging worden beëindigd, behoudens dat de jaarlijkse bijdrage over het
lopende verenigingsjaar voor het geheel blijft verschuldigd.
3. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
Bestuur: samenstelling, benoeming en defungeren
Artikel 11
1. De vereniging wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit minimaal drie
bestuursleden. Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door het zittende
bestuur, met inachtneming van de hiervoor genoemde grens.
2. Bestuursleden worden benoemd door de ledenvergadering uit de meerderjarige
8
leden.
3. De benoeming van bestuursleden gebeurt uit een niet-bindende voordracht welke
voor elke vacature wordt opgemaakt door het bestuur. Een zodanige voordracht
kan ook worden opgemaakt door een groep van dertig of meer leden. Een
voordracht hoeft voor elke vacature slechts één naam te bevatten.
4. De voordracht(en) vanuit het bestuur wordt (worden) bij de oproeping voor de
vergadering waarin de benoeming van bestuursleden aan de orde komt,
medegedeeld. De voordracht(en) vanuit de groep van leden moet (moeten)
uiterlijk vijf weken vóór de dag der vergadering schriftelijk bij het bestuur zijn
ingediend, vergezeld van een bereidverklaring van de voorgedragen kandidaat om
bij zijn benoeming tot bestuurslid die functie te aanvaarden. De voordracht(en)
vanuit de leden wordt (worden) in de agenda voor de desbetreffende vergadering
vermeld.
5. De benoeming van een bestuurslid vindt plaats uit de opgemaakte voordracht(en).
De ledenvergadering kan echter met tenminste twee/derde van de uitgebrachte
stemmen een bestuurslid benoemen uit de meerderjarige leden buiten de
opgemaakte voordracht(en) om.
6. Indien de voordracht voor een bestuursfunctie één kandidaat voor een te vervullen
plaats bevat, dan heeft een besluit over de voordracht tot gevolg dat de kandidaat
is benoemd, tenzij het bindende karakter aan de voordracht wordt ontnomen.
Einde bestuurslidmaatschap, schorsing, bestuur en wettig college
Artikel 12
1. Een bestuurslid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, op elk moment
door de ledenvergadering op een met redenen omkleed voorstel van alle overige
bestuursleden of van tenminste dertig leden worden ontslagen of geschorst.
Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd wordt door een besluit tot
ontslag of tot opheffing van de schorsing eindigt door het verloop van die termijn.
Tijdens de schorsing kan de betrokkene zijn bestuursfunctie niet uitoefenen.
2. Ieder jaar aan het einde van de jaarvergadering als bedoeld in artikel 20 lid 2 treedt
tenminste één bestuurslid af volgens een door het bestuur op te maken rooster van
aftreden waarin is bepaald dat elk bestuurslid uiterlijk aftreedt aan het einde van
de jaarvergadering gehouden in het drie jaar, volgend op het jaar waarin hij werd
benoemd.
Een volgens rooster aftredend bestuurslid is direct herbenoembaar.
Het bestuurslid dat in een tussentijdse vacature wordt benoemd neemt op het
rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in.
3. Bij aftreden volgens rooster blijft een bestuurslid in functie totdat hij is
herbenoemd dan wel zijn opvolger is benoemd.
4. Het bestuurslidmaatschap eindigt verder:
a. door bedanken door het bestuurslid;
b. door overlijden van het bestuurslid;
c. door ontslag van het bestuurslid door de ledenvergadering;
d. door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging.
In de gevallen genoemd onder a. en d. treedt het bestuurslid af aan het einde van
de eerste bestuursvergadering, volgend op de omstandigheid die tot zijn aftreden
heeft geleid.
5. Als het aantal bestuursleden op enig moment daalt beneden het minimum aantal
als bedoeld in artikel 11 lid 1, blijft het bestuur desondanks een wettig college
9
vormen uiterlijk tot de afloop van de eerstvolgende ledenvergadering, gehouden
nadat genoemde situatie is ontstaan en door welke vergadering in de bestaande
vacature(s) is voorzien zodat het bestuur weer uit tenminste drie bestuursleden
bestaat.
Bestuursfuncties, bestuursvergaderingen en besluitvorming door het bestuur
Artikel 13
1. De ledenvergadering wijst uit de bestuursleden, op voorstel van het bestuur, een
voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan.
Overigens verdelen de bestuursleden de werkzaamheden van het bestuur in
onderling overleg met inachtneming van de specifieke taken van de voorzitter, de
secretaris en de penningmeester van het bestuur.
2. Het bestuur vergadert zo vaak als de voorzitter of een ander bestuurslid dat
wenselijk acht, maar tenminste eenmaal per jaar.
De oproeping voor een bestuursvergadering gebeurt schriftelijk of via
elektronische weg op een termijn van tenminste twee dagen onder vermelding van
de agenda en onder toevoeging van de bij de agenda behorende bijlagen.
3. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens
afwezigheid, door degene die daartoe door de overige bestuursleden wordt
aangewezen.
Bestuursleden kunnen tijdens de vergadering nog agendapunten inbrengen als de
voorzitter van de vergadering hiermee instemt.
4. Ieder bestuurslid brengt ter vergadering één stem uit.
Bestuursleden kunnen zich ter vergadering niet laten vertegenwoordigen.
5. Geldige besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen in een
vergadering, waarin tenminste drie bestuursleden aanwezig zijn.
Alle stemmingen gebeuren mondeling.
Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
Bij het staken van de stemmen wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
6. Een unanieme schriftelijke verklaring van de gezamenlijk fungerende
bestuursleden heeft dezelfde rechtskracht als een besluit, dat op geldige wijze
werd genomen in een vergadering van het bestuur.
Een zodanige verklaring wordt bewaard bij de notulen.
7. Van hetgeen er in een bestuursvergadering is besproken worden notulen gemaakt
door de secretaris en bij diens afwezigheid door degene, die daartoe door de
voorzitter van de vergadering wordt aangewezen, welke notulen in de volgende
vergadering door het bestuur worden vastgesteld.
8. Overige regelingen met betrekking tot de bestuursvergaderingen worden door het
bestuur in onderling overleg vastgesteld.
Bestuurstaak en bestuursbevoegdheid: dagelijks bestuur
Artikel 14
1. Behoudens de beperkingen volgens de statuten en de wet is het bestuur belast met
het besturen van de vereniging, waaronder begrepen het uitvoeren van besluiten
van de ledenvergadering.
2 Indien het aantal bestuursleden beneden drie is gedaald, blijft het bestuur bevoegd.
Het is echter verplicht zo spoedig mogelijk een vergadering te beleggen waarin de
voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
3. Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij de
kascommissie of door deze commissie aan te wijzen personen. Voor de gedurende
10
deze periode verrichte bestuursdaden worden de aanwezen personen met een
bestuurder gelijkgesteld.
4. Het bestuur is bevoegd:
a. tot het sluiten van overeenkomsten en het maken van afspraken met
betrekking tot vis- en looprechten alsmede na voorafgaande goedkeuring van
de ledenvergadering, tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen of op
andere titel in eigendom verkrijgen, vervreemden of bezwaren van
registergoederen, alsmede tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de
vereniging zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor
een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een
derde verbindt;
b. na voorafgaande goedkeuring van de ledenvergadering, het lidmaatschap aan
te vragen en te beëindigen van een overkoepelende organisatie tot welk
belangengebied de vereniging behoort alsmede aan de (jeugd)leden van de
vereniging de verplichtingen op te leggen waartoe zodanig lidmaatschap de
vereniging verplicht;
c. de vereniging in naam van de (jeugd)leden andere verplichtingen te laten
aangaan;
d. tot het benoemen en ontslaan van de leden van de commissies als bedoeld in
artikel 16 lid 4;
e. tot het aanstellen van controleurs zoals bedoeld in artikel 17.
5. Bestuurders moeten zich bij de vervulling van hun taak richten naar het belang van
de vereniging. Bij een tegenstrijdig belang mag een bestuurder niet deelnemen aan
de beraadslaging en besluitvorming over het desbetreffende onderwerp. Indien
hierdoor geen besluit kan worden genomen is lid 3 van dit artikel van toepassing.
6. Bestuurders hebben altijd het recht om de algemene vergadering te adviseren over
een besluit dat moet worden genomen. Ook als de bestuurders vervolgens zelf
mogen meestemmen als lid.
5. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester vormen met elkaar het dagelijks
bestuur van de vereniging en zijn als zodanig meer in het bijzonder belast met de
dagelijkse gang van zaken.
Vertegenwoordiging
Artikel 15
De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur of door
twee gezamenlijk handelende leden van het bestuur waaronder te allen tijde één lid van
het dagelijks bestuur.
De vereniging kan aan de penningmeester volmacht verlenen om binnen bepaalde
grenzen zelfstandig te beschikken over de geldmiddelen van de vereniging.
Commissies
Artikel 16
1. De vereniging kent de volgende commissies:
I de commissie van beroep;
II de kascommissie;
De vereniging kan verder nog de volgende commissies instellen:
III een commissie water- en visstandbeheer;
IV een commissie ter behandeling van overtredingen;
V een wedstrijdcommissie,
VI een controlecommissie,
11
VII een jeugdcommissie
VIIIandere commissies die door het bestuur noodzakelijk of wenselijk worden
geacht.
2. De commissie van beroep heeft tot taak het behandelen van en beslissen over een
beroepsschrift als bedoeld in artikel 5 lid 4 en artikel 7 lid 8.
Deze commissie bestaat uit drie leden en een zelfde aantal plaatsvervangende
leden.
De commissie is voltallig en bevoegd rechtsgeldig te besluiten wanneer zij bestaat
uit het aantal leden en/of plaatsvervangende leden als bedoeld in de voorgaande
zin.
De benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden gebeurt door de
ledenvergadering uit de meerderjarige leden van de vereniging die geen deel
uitmaken van het bestuur, op voordracht van het bestuur of van een groep van
dertigof meer leden. Een voordracht hoeft voor elke vacature slechts één naam te
bevatten.
De benoeming vindt plaats voor een periode van drie jaar; een commissielid kan
direct drie maal worden herbenoemd.
Op de benoeming van leden en plaatsvervangende leden van de commissie van
beroep zijn de bepalingen van artikel 11 leden 4 en 5 van de overeenkomstige
toepassing.
De commissie van beroep werkt onafhankelijk van het bestuur.
In het huishoudelijk reglement wordt de werkwijze van deze commissie nader
geregeld.
3. De taken van de commissie van beroep zoals in het vorige lid beschreven kunnen
ook worden vervuld door de commissie van beroep van Sportvisserij Nederland.
In dat geval hoeft de vereniging zelf geen commissie van beroep in te stellen.
4. De samenstelling, de wijze van benoeming en de taak en bevoegdheden van de
kascommissie zijn geregeld in artikel 19 lid 4.
De kascommissie werkt onafhankelijk van het bestuur.
5. In de jaarvergadering of in een andere ledenvergadering kunnen op voorstel van
het bestuur door die vergadering worden ingesteld één of meer van de commissies
zoals bedoeld in lid 1 onder III t/m VIII.
Met betrekking tot zodanige commissies gelden de volgende bepalingen.
Het voorstel van het bestuur tot instelling van een commissie bevat de hoofdlijnen
van de taakomschrijving, bevoegdheden, werkwijze en verder alles wat nadere
regeling behoeft, op te nemen in het huishoudelijk reglement voorzover
daaromtrent niet al bepalingen in dat reglement zijn opgenomen.
De leden van een commissie worden benoemd door het bestuur uit de leden van de
vereniging.
Tenminste dertig leden kunnen terzake een voorstel bij het bestuur indienen.
Commissieleden worden benoemd voor onbepaalde tijd; zij kunnen op elk
moment door het bestuur van hun functie worden ontheven.
Een commissie werkt onder verantwoordelijkheid van het bestuur.
Controle
Artikel 17
1. Tenzij het bestuur kiest voor een andere werkwijze of op basis van een besluit van
een overkoepelend orgaan verplicht is tot een andere werkwijze, wordt de controle
op en aan het viswater waarvan de vereniging het visrecht heeft, door het bestuur
12
opgedragen aan één of meer door het bestuur daartoe aangewezen controleurs.
Het bestuur stelt het aantal controleurs vast en reikt aan hen - al dan niet door
tussenkomst van een andere (overkoepelende) organisatie - een legitimatiebewijs
uit.
Een controleur wordt benoemd voor onbepaalde tijd en kan op elk moment uit die
functie worden ontheven door het bestuur.
2. De controleurs controleren op de naleving van de bepalingen van de Visserijwet
1963 en de daarop gebaseerde overheidsvoorschriften en de voorwaarden van de
door of namens de vereniging uitgegeven toestemmingen, alsmede de
overtredingen welke zijn opgenomen in het huishoudelijk reglement.
3. Houders van toestemmingen zijn verplicht de door of namens de vereniging
uitgereikte toestemming(en) en andere bescheiden op eerste aanvraag aan een
controleur te overhandigen ter controle.
4. De controleurs zijn verplicht zich bij een controle behoorlijk te legitimeren.
5. In het huishoudelijk reglement kunnen met betrekking tot controles en controleurs
nadere regels worden opgenomen.
Geldmiddelen
Artikel 18
1. De geldmiddelen van de vereniging omvatten:
a. het inschrijfgeld en de contributies van de leden en de jeugdleden;
b. de bijdragen van de begunstigers;
c. de opbrengst van activiteiten van de vereniging;
d. alle overige wettig verworven baten.
2. Wanneer het (jeugd)lidmaatschap wordt beëindigd in de loop van een
verenigingsjaar is toch de volledige contributie over dat jaar verschuldigd. Het
bestuur kan besluiten tot gedeeltelijke restitutie op grond van bijzondere
omstandigheden.
3. Erfstellingen zullen niet anders dan onder het voorrecht van boedelbeschrijving
worden aanvaard.
Verenigingsjaar, jaarverslag, rekening en verantwoording
Artikel 19
1. Het verenigingsjaar loopt gelijk met het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanig
aantekeningen te houden, dat daaruit op elk moment de rechten en de
verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
3. Op de jaarvergadering als bedoeld in artikel 20 lid 2, brengt het bestuur een
jaarverslag uit over het afgelopen verenigingsjaar over de gang van zaken in de
vereniging en over het gevoerde beleid. Ook legt het bestuur de balans en de staat
van ontvangsten en uitgaven (de jaarrekening) met een toelichting ter goedkeuring
over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuurders en – indien van
toepassing – commissarissen. Ontbreekt de ondertekening van één of meer hunner,
dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
Goedkeuring van de rekening en verantwoording strekt het bestuur tot decharge
voor zijn bestuurswerkzaamheden gedurende dat verenigingsjaar voorzover die
werkzaamheden uit de overlegde stukken blijken.
4. De ledenvergadering benoemt in de jaarvergadering op voorstel van het bestuur uit
de meerderjarige leden een commissie van tenminste twee personen, die geen deel
mogen uitmaken van het bestuur; de kascommissie. De kascommissie heeft tot
13
taak toezicht te houden op het financiële beleid van het bestuur.
De kascommissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en
brengt de ledenvergadering schriftelijk verslag van zijn bevindingen uit.
De kascommissie is bevoegd met tenminste twee commissieleden besluiten te
nemen. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen.
5. Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle gewenste inlichtingen te
verschaffen, desgewenst de kas en de waarden van de vereniging te tonen en
inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
De last van de kascommissie kan tussentijds door de ledenvergadering worden
herroepen, maar alleen als in dat geval een andere kascommissie wordt benoemd.
6. De ledenvergadering kan, op voorstel van het bestuur, een registeraccountant of
andere terzake deskundige benoemen om de jaarrekening te controleren, daarbij
een toelichting op te stellen en daarover een verklaring af te leggen.
Ledenvergadering
Artikel 20
1. Aan de ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet
door de wet of de statuten aan het bestuur of aan een commissie zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk in de maand juni, wordt een ledenvergadering - de
jaarvergadering - gehouden.
3. In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a. de voorziening in vacatures in het bestuur;
b. de benoeming van de kascommissie voor het lopende verenigingsjaar en de
voorziening in eventuele vacatures in de commissie van beroep;
c. het jaarverslag, de jaarrekening en de toelichting daarop en de verklaring van
de registeraccountant of andere deskundige, wanneer deze is benoemd;
d. het verslag van de kascommissie over het afgelopen verenigingsjaar;
e. de definitieve begroting voor het lopende verenigingsjaar en de voorlopige
begroting voor het komende verenigingsjaar;
f. vaststelling van de contributie voor de leden en de jeugdleden en de hoogte
van het inschrijfgeld voor het komende verenigingsjaar.
4. Andere ledenvergaderingen worden gehouden zo vaak als het bestuur dit wenst, of
wanneer tenminste 30 leden die bevoegd zijn tot het uitbrengen van een stem, dit
schriftelijk aan het bestuur, onder opgave van redenen en van de te behandelen
agendapunten verzoekt.
In het laatste geval is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een
vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken. Als aan dit verzoek
binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot
die bijeenroeping overgaan, door oproeping overeenkomstig het bepaalde in het
volgende artikel.
Bijeenroeping ledenvergadering
Artikel 21
1 Het bestuur van de vereniging is bevoegd te besluiten een digitale
ledenvergadering uit te roepen. Aan een digitale ledenvergadering zijn de
volgende voorwaarden verbonden:
a. De digitale ledenvergadering moet door de leden te volgen zijn via een
elektronisch communicatiemiddel.
b. Leden moeten uiterlijk tweeënzeventig uur voor de digitale ledenvergadering
in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk of elektronisch vragen te stellen
14
over onderwerpen die op de agenda staan.
c. De vragen van leden moeten uiterlijk tijdens de digitale ledenvergadering
worden beantwoord en deze antwoorden moeten toegankelijk gemaakt
worden voor de leden, bijvoorbeeld via de website of een email.
d. Tijdens de digitale ledenvergadering moeten vragen van leden zo goed
mogelijk worden beantwoord, tenzij dit redelijkerwijs niet mogelijk is.
2. Indien niet aan sub c en sub d is voldaan, dan tast dit de rechtsgeldigheid van de in
de digitale ledenvergadering genomen besluiten niet aan. Mocht bijvoorbeeld een
verbinding tijdens de digitale ledenvergadering niet goed werken of mocht een lid
door andere redenen niet goed of niet volledig deel kunnen nemen aan de digitale
ledenvergadering, dan heeft dit geen gevolgen voor de rechtsgeldigheid van
besluiten die tijdens de digitale ledenvergadering zijn genomen.
Artikel 22
1. De ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, onverminderd
het bepaalde in lid 4 van artikel 20 en worden gehouden binnen Nederland op de
plaats te bepalen door degene(n) die de oproeping voor de vergadering doet (doen)
uitgaan.
2. De oproeping gebeurt schriftelijk en/of elektronisch aan de (mail)adressen van de
leden, jeugdleden en begunstigers en/of door middel van een oproep in een,
binnen het gebied waarin de meerderheid van de (jeugd)leden woonachtig is, veel
gelezen dagblad.
De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste drie weken. Wanneer echter het
bestuur een ledenvergadering bijeenroept op verzoek van de leden zoals bedoeld
in lid 4 van artikel 20, bedraagt de termijn van oproeping tenminste twee weken.
Bij de oproeping van een ledenvergadering worden vermeld: de plaats, datum en
het tijdstip van de vergadering en de agendapunten.
Bij de oproeping worden de op de agenda betrekking hebbende stukken
meegezonden of wordt medegedeeld op welke plaatsen en vanaf welk tijdstip die
stukken voor de leden, jeugdleden en begunstigers ter inzage liggen.
Elk lid heeft het recht agendapunten voor de behandeling in de ledenvergadering
schriftelijk bij het bestuur in te dienen, behoudens het geval dat het betreft een
vergadering als bedoeld in lid 4 van het voorgaande artikel. Dergelijke
agendapunten dienen uiterlijk vijf weken voor de vergadering in het bezit te zijn
van het bestuur. Het bestuur neemt de door de leden ingediende agendapunten in
de agenda op tenzij zwaarwegende belangen van de vereniging zich daartegen
verzetten.
3. In een ledenvergadering kan uitsluitend rechtsgeldig worden besloten ten aanzien
van geagendeerde punten. In spoedeisende gevallen kan een agendapunt tijdens de
vergadering worden toegevoegd op voorwaarde dat hiertoe wordt besloten met
tenminste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen.
De voorzitter van de vergadering bepaalt op welk moment de vergadering een
aldus ingelast agendapunt zal behandelen.
Toegang en stemrecht
Artikel 23
1. Toegang tot de ledenvergadering hebben alle leden, alle jeugdleden met
inachtneming van het bepaalde in artikel 7 lid 11 en de begunstigers. Over toegang
tot de ledenvergadering van anderen beslist de voorzitter van de vergadering.
2. Ieder lid van heeft één stem. Door elk lid en dus ook door elk bestuurslid, kan
15
tijdens de vergadering één stem worden uitgebracht.
3. Een lid kan zijn stem niet bij volmacht uitbrengen.
4 Stemgerechtigde leden kunnen in de algemene vergadering hun stemrecht
uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Het bestuur
kan hieraan nadere voorwaarden verbinden of besluiten dat deze mogelijkheid
voor een bepaalde algemene vergadering niet wordt geboden.
5. Voor de toepassing van het stemmen door middel van een elektronisch
communicatiemiddel draagt het bestuur ervoor zorg dat de stemgerechtigde via het
elektronisch communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd, rechtstreeks kan
kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan
uitoefenen.
6. Het bestuur draagt er in de vergaderingen voor zorg dat de stemgerechtigde via het
elektronisch communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging.
7. Stemmen die voorafgaand aan de algemene vergadering via een elektronisch
communicatiemiddel worden uitgebracht, maar niet eerder dan op de dertigste dag
voor die van de vergadering, worden gelijkgesteld met stemmen die ten tijde van
de vergadering worden uitgebracht.
8. Onverminderd het stemrecht als lid hebben bestuursleden in de algemene
vergadering een raadgevende stem.
Voorzitterschap: notulen
Artikel 24
1. De ledenvergadering wordt geleid door de voorzitter van het bestuur.
Bij afwezigheid van de voorzitter tijdens de vergadering treedt één van de andere
bestuursleden, aan te wijzen door het bestuur, als voorzitter op.
Echter in geval het betreft een ledenvergadering als bedoeld in artikel 20 lid 4,
wordt door die vergadering zelf in het voorzitterschap voorzien.
2. Van het verhandelde in de ledenvergadering worden door de secretaris van het
bestuur en bij diens afwezigheid door degene die daartoe door de voorzitter van de
vergadering wordt aangewezen, notulen gemaakt.
Deze notulen worden aan de volgende ledenvergadering ter goedkeuring
voorgelegd.
Besluitvorming van de ledenvergadering
Artikel 25
1. Voor zover de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten door de
ledenvergadering genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte
stemmen.
2. Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn
uitgebracht.
3. Over zaken wordt mondeling gestemd, over personen wordt schriftelijk gestemd,
onverminderd de mogelijkheid om op voorstel van de voorzitter van de
vergadering een besluit te nemen bij acclamatie.
4. Indien bij een verkiezing van personen geen van de kandidaten het vereiste aantal
stemmen heeft verkregen, wordt herstemd over de twee kandidaten, die in eerste
instantie de meeste stemmen kregen.
Mochten door gelijkheid van stemmen-aantal meer dan twee personen voor de
herstemming in aanmerking komen, dan wordt door een tussenstemming
uitgemaakt over welke twee van hen zal worden herstemd, casu quo over welke
van hen tezamen met de kandidaat die in eerste instantie het hoogste aantal
16
stemmen verwierf, zal worden herstemd.
Bij herstemming en tussenstemming is diegene verkozen, die de meeste stemmen
op zich verenigt.
Indien bij een herstemming of tussenstemming de stemmen staken, beslist het lot.
5. Staken de stemmen bij een andere stemming dan wordt het voorstel geacht niet te
zijn aangenomen.
Statutenwijziging
Artikel 26
1. In de statuten van de vereniging kan alleen verandering worden gebracht door een
besluit van een ledenvergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat op
die vergadering wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
2. Zij die de oproeping tot de ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot
statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste twee weken vóór de dag van
die vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgestelde wijziging
woordelijk is opgenomen, op twee of meer daartoe geschikte plaatsen voor de
leden ter inzage leggen tot de afloop van de dag, waarop de vergadering wordt
gehouden.
De plaatsen waar het voorstel voor de statutenwijziging ter inzage ligt, worden bij
de oproeping voor de vergadering bekend gemaakt. Tevens kan het voorstel tot
wijziging van de statuten worden opgenomen in het verenigingsblad.
3. Wanneer de vereniging lid is van een overkoepelende organisatie van
hengelsportverenigingen moet een voorstel tot wijziging van de statuten
voorafgaand ter goedkeuring aan die organisatie te worden voorgelegd.
4. Een besluit tot wijziging van de statuten kan worden genomen, ongeacht het aantal
ter vergadering aanwezige leden, maar met een meerderheid van tenminste
tweederde van de geldig uitgebrachte stemmen.
5. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is
opgemaakt.
Ieder bestuurslid is bevoegd om de gewijzigde statuten in een notariële akte te
laten opnemen en om deze akte te tekenen.
Ontbinding en vereffening
Artikel 27
1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de ledenvergadering.
Het bepaalde in de leden 1 tot en met 5 van het voorgaande artikel is daarbij van
overeenkomstige toepassing.
2. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de ontbonden
vereniging, tenzij bij het besluit tot ontbinding andere vereffenaars worden
aangewezen.
3. De bestemming van het batig saldo wordt, op voorstel van het bestuur bepaald
door de ledenvergadering bij het besluit tot ontbinding. Een eventueel batig saldo
zal toevallen aan een instelling met een soortgelijk doel als dat van de vereniging
of een instelling welke uitsluitend een maatschappelijk belang beoogt.
Huishoudelijk reglement
Artikel 28
1. De ledenvergadering zal, op voorstel van het bestuur, een huishoudelijk reglement
vaststellen en kan in een aldus vastgesteld reglement aanvullingen en wijzigingen
aanbrengen.
2. Een huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wettelijke bepalingen,
17
ook waar deze geen dwingend recht bevatten, noch met de statuten.
3. Het bepaalde in artikel 26 lid 1 is van overeenkomstige toepassing op de
vaststelling en de aanvulling of wijziging van het huishoudelijk reglement.
Geschillen
Artikel 29
Alle geschillen welke tussen een orgaan van de vereniging of namens de vereniging
optredende personen en leden van de vereniging mochten ontstaan worden bindend
beslist door het bestuur.
SLOTVERKLARING
Ten slotte verklaarden de comparanten, handelend als gemeld, dat het bestuur van de
vereniging thans bestaat uit drie bestuurders, met achter hun naam hun vermelde
functie, te weten:
1. de heer Sipke Auke Sipkens voornoemd, als voorzitter;
2. de heer Wilhelmus Martinus Maria Rutjens voornoemd, als secretaris;
3. de heer Adrianus van der Laan voornoemd, als penningmeester.
De comparanten zijn mij, notaris, bekend, en hun identiteit is door mij, notaris,
vastgesteld aan de hand van daartoe bestemde documenten.
WAARVAN AKTE, is verleden te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, op
de datum in het hoofd van deze akte vermeld.
Na zakelijke opgave en toelichting van de inhoud van deze akte aan de comparanten
hebben deze verklaard van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen, daarmee
in te stemmen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen.
Vervolgens is de akte na beperkte voorlezing door de comparanten en mij, notaris,
ondertekend.
(Volgt ondertekening)
UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT: